arrow_drop_up arrow_drop_down

Welke grondsoort heb ik in mijn tuin?

Al het tuinleven begint bij de bodem. Het is dus best belangrijk om te weten welke grondsoort je eigenlijk hebt en hoe je daar dan mee om moet gaan. Je kunt op een makkelijke manier testen welke grondsoort je in jouw tuin hebt. Je weet dan nog niets over de voedingswaarde in de bodem, maar andere belangrijke gegevens zijn wel bekend:

  • de structuur
  • het zuurstofgehalte
  • de hoeveelheid organische materialen
  • het aanwezige bodemleven zoals wormen en bacteriën

Als deze gegevens bij je bekend zijn, kun je gerichter keuzes maken. Niet alleen als het gaat om het soort te plaatsen planten, maar ook wanneer je de bodem wilt bewerken of bemesten. Ook kun je bepalen hoe je het beste water kunt geven. Dit zijn allemaal randvoorwaarden om je tuin tot een succes te maken.

Grondsoorten herkennen

Ons land is grofweg op te delen in vier grondsoorten: kleigrond en leemgrond, zandgrond, bosgrond en veengrond. Zwavelgrond en de lichtere en zwaardere kleigronden laten we voor nu even buiten beschouwing. Met welke grondsoort heb jij te maken? Dat is grotendeels afhankelijk van waar je woont, maar tegenwoordig wordt veel grond afgegraven waardoor de natuurlijke grondsoort verdwijnt en daar komt een andere bodem voor in de plaats. Het is belangrijk om te weten met welke nieuwe grondsoort je te maken hebt, maar ook hoe de ondergrond van nature is. Een beetje onderzoek doen is dan ook raadzaam.

Test de grondsoort in jouw tuin

Je kunt eenvoudig testen met welke grondsoort je te maken hebt. Doe hiervoor wat van jouw grond in een glas, vul aan met schoon leidingwater, schud dit even flink en laat het dan ongeveer tien minuten staan. Op basis van wat er in het glas gebeurt, kun je vaststellen met wat voor soort bodem je te maken hebt.

Wat doe je met kleigrond in je tuin?

Bij kleigrond zie je onderin het glas een laagje met grove delen. Daarboven zit een laag met kleine, fijne slibdeeltjes. Dat geeft duidelijk aan dat je een klei- of leemgrond hebt. Als je een grote laag met slibdeeltjes hebt, betekent dit dat je een zware kleigrond hebt. Het voordeel is dan wel dat de grond vaak wat voedzamer is.

Kleigrond is klef en zwaar met een laagje hele fijne slibdeeltjes die vocht en voeding vasthouden. Door de dichte structuur is de bodem ook heel erg vast, waardoor er water op blijft staan en het zuurstofgehalte laag is. Dat is niet bevorderlijk voor de planten. Wat kun je doen om dit te verbeteren?

  1. Je kunt de grond spitten of diep bewerken voor de winter, de eventuele vorst breekt dan de grond uit elkaar.
  2. Strooi kalk om de structuur te verbeteren. Doe je dit niet voor de winter? Gebruik dan Magkal, dat kan het hele jaar gestrooid worden.
  3. Voeg het hele jaar door meerdere keren organische stoffen toe in de vorm van een goede compost (een laag van 2 à 3 centimeter) met OPF granulaat. Het bodemleven wordt hierdoor geactiveerd. Er worden kleine gangen gegraven door het natuurlijke bodemleven, waardoor er weer zuurstof in de bodem komt. De wortels van de planten komen in deze zuurstofgangen waardoor er nog meer bodemactiviteit komt. De wateroverlast wordt minder. In samenwerking met bekende biologische wortel- en bodemactivators zoals Biovin en Terra Fertiel zorgt dit voor een betere en gezondere groei.

Kleigrond testen in je tuin – voeding spoelt minder snel uit

Wat doe je met zandgrond in je tuin?

Bij zandgrond zie je onderin heel veel grove delen. Hierboven zit eigenlijk helemaal niets, slechts een dun laagje fijne deeltjes. Dit is echt een zandgrond. Deze bodem is heel luchtig maar ook erg arm. Hierin bevinden zich weinig maar voedingsstoffen. Voeding spoelt ook snel uit.

Zandgrond bestaat uit grove delen. Het heeft geen slib om water vast te houden en al helemaal geen organische voedingstoffen voor een optimale groei. De bodem moet dus flink verbeterd en gevoed worden.

  1. Gebruik veel organische stoffen in de vorm van compost met een biologische bemesting. Heb je een nieuwe tuin met zandgrond? Werk dan zeker 10 centimeter compost door de bovenste laag van je tuin.
  2. Gebruik aanvullende biologische meststoffen in je tuin. Doe dit niet te zuinig en voeg bij het planten extra wortel- en bodemactivators toe rondom de wortels. Voor een extra goede start gebruik je aanplantgrond. Dit zorgt voor de juiste bacteriën en schimmels bij de wortels van de plant zodat ze beter beschermd zijn tegen ziektes en plagen.
  3. Zorg voor extra water bij de eerste aanplant en bij droge periodes. Door de grove structuur van de bodem moet je ook na grote hoeveelheden water altijd opnieuw bemesten om uitspoeling van meststoffen tegen te gaan.

Zandgrond in je tuin – voeding spoelt snel uit

Wat doe je met bosgrond in je tuin?

Bij bosgrond is een iets zure bodem.Hoe herken je zure grond? Je ziet een mix van vijftig procent grove delen onderin met daarboven circa 8 millimeter donkere delen. Dit zijn organische delen (grove afgestorven planten en dierenresten). Dan heb je te maken met bosgrond, een mooie maar iets zure bodem die makkelijk te bewerken is.

Bosgrond is een mix van grove en organische delen. De bodem is eenvoudig te bewerken, maar toch een beetje zuur en enigszins arm. Wil je lavendel of buxus planten dan is het nodig om extra kalk door de grond te mengen. Gebruik hiervoor makkelijk oplosbare kalk zoals Magkal. Wil je rhododendron, azalea of heide aanplanten? Dan is bosgrond ideaal: de zuurgraad is optimaal. Omdat de grond nogal arm is, is het raadzaam om enkele keren per jaar een biologische voedingsstof toe te passen. Dit kan universele meststof zijn zoals OPF Granulaat.

Wat doe je met veengrond in je tuin?

Veengrond bestaat uit allemaal zwarte delen, honderd procent organische grond. Al die zwarte delen zijn afgestorven planten en dierenresten bij elkaar. Veengrond is drassig en erg zuur. Veengrond bestaat uit honderd procent organische stof. Daarom hoef je dus geen potgrond, tuinturf of compost meer te gebruiken. De bodem is heel zuur. Zet je andere planten dan een rhododendron, azalea of heide dan is het van belang dat je de grond verbetert. Gebruik extra kalk rondom de planten. Ondanks de organische stoffen is deze grond toch arm. Zorg dus dat je minimaal drie keer per jaar voedingsstoffen toevoegt. Op dat mengsel kun je alle planten kwijt, zoals coniferen, bloeiende planten, hortensia’s en noem maar op. Het is een zachte weerbare grond die goed en makkelijk te verbeteren is. Zorg bij bestrating wel voor een stevige ondergrond.

Planten kiezen

Dit zijn de vier belangrijkste grondsoorten die je in Nederland kunt aantreffen. Je ziet dat iedere bodem zijn eigen kenmerken heeft waar je jouw voordeel mee kunt doen. Kies dus zoveel mogelijk planten en producten die een aanvulling zijn voor de grondsoort in je tuin. Dat is door het grote aanbod misschien niet altijd even makkelijk, maar met een goede universele meststof en de benodigde structuur- en wortelactivators kom je een heel eind. Gebruik de combinatie Biovin met OPF granulaat of bij een slechte structuur van de grond de combinatie Terra Fertiel met OPF Granulaat voor een mooi resultaat, voeg daar de compost aan toe en je tuin zal stralen.

Reactie plaatsen